Ons project

Leren in Brussel, kijken naar de wereld! 

Onze missie

Atheneum Brussel wil een toonaangevende school zijn binnen het Nederlandstalig onderwijs in de hoofdstad. Elke leerling krijgt er maximale kansen om zoveel mogelijk te leren.   

Onze visie

Als UNESCO-school laat Atheneum Brussel iedere leerling zichzelf ontplooien. Jongeren leren  enthousiast deel te nemen aan de samenleving en bereiden zich actief voor op hoger onderwijs.  

 

Verwondering, ontmoeting en emancipatie staan centraal en zijn onze kernwaarden.   

Verwondering   

Atheneum Brussel prikkelt de nieuwsgierigheid van alle leerlingen en stimuleert hen om denkend en handelend in de wereld te staan. Leerlingen worden uitgedaagd om zich te verwonderen, om pertinente vragen te stellen en een (zelf-)kritische houding aan te nemen. De school reikt haar leerlingen een open blik op mens en wereld aan, ruimte voor experiment en zin in actie. Het team heeft daarbij oog voor de ontwikkeling van de executieve functies en onderzoekcompetenties. Om hen weetgraag en benieuwd te maken, wordt een beroep gedaan op diverse didactische en pedagogische principes, creatieve pakketten, practica en STEAM-workshops.   

Ontmoeting   

De school engageert zich om een platform te bieden voor ontmoetingen. Leerlingen, leerkrachten, ouders en externe organisaties vormen als gelijkwaardige partners het kloppende hart van Atheneum Brussel. Samen gaan zij enthousiast op zoek naar wat hen bindt. De school omarmt stad en samenleving en ziet de contrasten daarbinnen als een kans. Cultuurbeleving staat centraal, een sleutelrol is weggelegd voor engagement, solidariteit en communicatie.   

Emancipatie   

Atheneum Brussel zet leerlingen op weg om op een vrije, geïnformeerde manier goede keuzes te maken. Leerlingen leren opkomen voor zichzelf en anderen en verwerven de mondigheid die nodig is om tot zelfredzame en zelfstandige jongvolwassenen uit te groeien.   

Gepersonaliseerd samen leren staat centraal: motivatie, leerwinst en leervermogen zijn geen dode letter dankzij de aandacht voor geïndividualiseerde leertrajecten. Atheneum Brussel biedt haar leerlingen altijd een luisterend oor en schaaft, in wederzijdse dialoog, studietrajecten bij waar nodig.   

 

Pedagogisch didactische aanpak 

Het flexmodel als onderwijskundig concept waar het flexrooster gehanteerd wordt als nieuwe organisatievorm. 

Uitgangspunten: 

  • Andere manier van werken binnen het onderwijs waarbij de rol van de leerkracht verschuift van die van docerende leerkracht  naar docerende en coachende leerkracht; 

  • Andere tijdsindeling (afstappen van blokjes van 50 minuten les). Door een andere tijdsindeling, wordt de mogelijkheid gecreëerd om op een meer interactieve manier met elkaar samen te werken, keuze mogelijkheden worden gestimuleerd en leerlingen worden in hoge mate zelf verantwoordelijk voor hun studieresultaten. Het eigenaarschap van het onderwijs verschuift naar de leerling; 

  • Coöperatief leren, gepersonaliseerd leren en coaching zijn kernelementen van het model. 

 

Lesblokken (80min): leerlingen leren hun eigen kennen en kunnen inschatten en starten op die manier, voor een aantal doelen, een bepaald traject dat een invloed heeft op de hoeveelheid instructie die zij krijgen. Er wordt gewerkt met een 3 sporenbeleid: AB+ 

Zelfstandig of autonoom: A 

De leerling verwerkt de instructie zelfstandig en maakt zelfstandig de oefeningen (basisoefeningen en uitdieping) onder het toeziend oog van de leerkracht. De leerling kan ingeschakeld worden als peer-tutor. 

Begeleid zelfstandig leren – betrokken zijn: B 

De leerling volgt klassikale instructie en gaat nadien aan het werk (basisoefeningen en eventueel uitdieping) of maakt gebruik van de peer-tutoring. 

Verlengde instructie (competent worden): + 

De leerling volgt klassikale instructie en krijgt verlengde instructie. De leerling maakt de basisoefeningen.  

 
Flexblokken (40min): leerlingen kunnen eigen keuzes maken binnen de aangeboden flexblokken. Bij aanvang zal het soort flexblok opgelegd worden. Binnen dit flexblok zal de leerling in samenspraak met de metor keuzes maken. Door flexblokken aan te bieden kan er beter op maat begeleid worden. 

 

Vijf soorten flexblokken

  1. Mentoroverleg (2 blokken per week) 

Doel: De leerlingen kennis laten maken met de zelfregulerende vaardigheden en op deze manier de leermotivatie, het leervermogen en de leerefficiëntie verhogen. 

  1. Projectwerking (2 blokken per week) 

Doel: Vakoverstijgend werken aan de transversale eindtermen met het oog ieders talent eens in de verf te zetten. 

  1. Stilteflex = focustijd (1 blok per week) 

Doel: Leerlingen in staat stellen om op school te studeren en het werk af te ronden, in stilte. Focustijd om zich te verdiepen in bepaalde aspecten of leerstof te automatiseren, in te oefenen, te lezen. 

  1. Studieflex = studietijd (1 blok per week) 

Doel: Leerlingen in staat stellen om op school te studeren en het werk af te ronden. Leerlingen kunnen hier samenwerken, met elkaar overleggen, toetsen gezamenlijk voorbereiden, gezamenlijke presentaties maken, uitleg geven aan elkaar (peer to peer). Ze kunnen er ook voor kiezen om zelfstandig individueel te werken. 

  1. Vakflex: remediërend of verdiepend: de leerling bepaalt samen met de mentor bij welke vakleerkracht de vakflexen worden ingeroosterd (5 blokken per week). 

Tijdens een vakflex kunnen leerlingen voor een bepaald vak met hun eigen of juist een andere docent aan het werk.  

Verdiepend – het expertenprogramma  

De vakleerkracht kan met de leerlingen verdiepend werken rond een bepaald thema. Dit om de leerlingen te stimuleren zichzelf uit te dagen en de lat hoger te leggen. We prikkelen hier de nieuwsgierigheid en gaan op zoek naar wat leerlingen motiveert. 

Remediërend

Bepaalde aspecten kunnen opnieuw toegelicht worden zodat de leerling de leerstof alsnog onder de knie krijgt. De leerling maakt zelf de keuze om gebruik te maken van de remediërende flex en dit in overleg met de vakleerkracht en/of de mentor. De resultaten zullen vaak de basis vormen voor de doorverwijzing. Ook ouders kunnen met de mentor overleggen om de vakflex gunstig in te delen.